Haantje de voorste

Haantje de voorste

“KUKELEKUUUU”

Huh? Ik til mijn hoofd op van mijn kussen. Volgens de wekker is het vijf uur. Ik lig bij B. in bed. En ik hoorde een haan. We horen wel vaker een haan. Hij woont tenslotte in een plattelandsdorpje. Een van de buren verderop in de straat heeft zo’n beest. Ik heb er nooit echt last van gelukkig. Maar dit klonk wel wat dichterbij dan anders. Ik voel me gebroken nu ik zo abrupt uit mijn slaap gewekt word.

B. is ook wakker. Nogmaals klinkt het: “KUKELEKUUUU”.
“Wat is dit? Zit die haan hier vlakbij ofzo?” zeg ik.
B. vloekt. Hij stapt uit bed en kijkt uit het raam. Niks te zien. Maar goed, het is ook nog niet licht. Weer begint de haan te kraaien. B. kijkt de andere kant op. “Verdomd,” zegt hij verbaasd. “Hij zit bovenop je auto.”
Ik begin te lachen. “Dat meen je niet.” Ik ga naast hem staan om te kijken. En ja hoor, ik zie inderdaad onder de carport een schimmige haan op mijn auto zitten. Nu is dat op zich niet zo erg, maar wel als de auto met desbetreffende haan slechts drie meter van je slaapkamerraam verwijderd is.
Hij kraait weer.
“Jezus,” zeg ik. “Ik jaag hem wel weg. Ik moet toch plassen.” Read more