Ouderen

Gezellige ouderenOuderen. Soms zijn ze alleen maar chagrijnig. Soms zijn ze vrolijk en superlief.

De eerste categorie lijk ik relatief vaak tegen te komen. Met name in mijn werk. Ze zijn mopperig, staan te zuchten en te steunen als ze even tien minuutjes moeten wachten, willen niks,  hebben maar één gezichtsuitdrukking (namelijk chagrijnig) en lijken gewoon geen zin meer te hebben in het leven.

Vooral dat laatste valt me op. Zo zijn er mensen van een jaar of zeventig, die, als je het hebt over een jaar of twee of drie in de toekomst, doodleuk zeggen: “och, misschien ben ik dan wel niet meer” (pun intended). Dan sta ik wel echt even raar te kijken. Ja, misschien heb je gelijk en ben je dan dood. Of misschien ben je morgen wel al dood. Maar misschien ga je ook nog wel 20 jaar mee. En tuurlijk, misschien ben ik een beetje kort door de bocht. Wellicht hebben deze mensen wel heel goede redenen om chagrijnig te zijn, of om geen zin meer te hebben in het leven. Ik ben tenslotte ook geregeld chagrijnig en ik zie het soms ook even niet meer zitten. Ondanks dat, vind ik het toch altijd weer een aparte gewaarwording dat sommige ouderen áltijd mopperig lijken te zijn.

Ik kan van de tweede categorie ouderen echt heel blij worden. Gelukkig zijn er hier ook veel van. Read more

Ik had bijna weer een opa

Ik had bijna weer een opa

Mijn collega had laatst mijn hulp even nodig bij het bestellen van een bril. Dat was natuurlijk prima. Ze hielp drie mensen die speciaal samen uit Duitsland naar ons waren gekomen om brillen te kopen. Het was een ouder Nederlands stel samen met hun Duitse buurvrouw.

Mijn collega had hulp nodig bij de bril van de Nederlandse meneer. Terwijl zij nog wat dingen in de computer typte, was ik even aan het wachten tot het moment dat mijn hulp nodig was. Ondertussen kletste ik een beetje met de meneer. Hij zette zijn nieuw gekozen bril nog even weer op.

“Mooie bril hoor!” zeg ik. “Staat u goed.”
De man begint te stralen. “Dank je wel! Wil je met me trouwen?” Read more

Hoe ik een flirtpoging de vernieling in hielp

flirten

Er word niet zo vaak met mij geflirt. Oké, eerlijk? Nooit. Er wordt nóóit met mij geflirt. Dus als het dan opeens wel gebeurt sta ik natuurlijk met m’n bek vol tanden.

Een paar weken terug verkocht ik twee brillen aan een jongen. Of nee, een man. Hij was toch niet echt een jongen meer. Maar goed. Het was hartstikke gezellig. Ik voelde me gelijk op mijn gemak bij hem en dat heb ik haast nooit. Het klikte gewoon wel. Hij had een vriendin mee, en die was ook hartstikke gezellig. Kortom, we hadden met zijn drieën best wel lol. Ik zocht er verder niks achter. Hij was gewoon een leuke vent.

Een week of drie later kwam hij zijn brillen ophalen. Hij kwam om vijf voor zes de winkel nog binnen hollen. Hij vroeg of hij zijn brillen nog kon halen of dat hij te laat was. Ik herkende hem en wist zelf zijn achternaam nog. Even ter illustratie: als ik een klant heb geholpen en die persoon komt een uur later de winkel weer binnen, dan weet ik soms al niet meer wie het is. Triest, maar waar. Maar goed, omdat het zo’n leuke verkoop was geweest, wist ik dus nog wie hij was. En ik heb normaal een hekel aan klanten die vlak voor sluitingstijd nog wat willen, maar ach. Hij was leuk en gezellig dus voor deze keer vond ik het prima.

Dus. Even de brillen bijstellen. Ondertussen een beetje kletsen over koetjes en kalfjes. En zit de bril goed? Kijkt het ook goed? Dat soort dingen. Ook nog even betalen natuurlijk.

En toen waren we klaar.

Dacht ik.
Read more

Lieverd

Bril lieverd

Het is zaterdagmiddag en ik ben aan het werk. Het is vrij druk. Mijn volgende klant is een oudere dame. Ze is klein en grijs en is een jaar of zeventig. Ik vraag wat ik voor haar kan doen.
“Lieverd,” zegt ze, “mijn bril zit veel te strak. Ik ben bij een andere opticien geweest omdat hij te los zat, maar nu doet het zeer.”
Ik moet glimlachen om het ‘lieverd’ en bekijk de situatie achter haar oren. “Nou, hij zit inderdaad niet zo goed.” Dat is nog zacht uitgedrukt. De bril zit werkelijk voor geen meter. “Ik ga hem voor u bijstellen,” zeg ik, en ik loop naar de werkbank.
“Is het goed als ik even ga zitten?” hoor ik achter me. “Ik heb wat last van mijn rug.”
“Natuurlijk! Geen probleem.”
Ze schuifelt naar een stoel toe.
Ondertussen ben ik de bril aan het verstellen.
“Meid, wat heb jij een lange benen,” zegt ze opeens. Read more

Leeftijd maakt niks uit

Leeftijd maakt niet uit

Zaterdagmiddag na je werk om 5 uur bij de Aldi. Dat is echt niet leuk, dat kan ik je wel vertellen. Ik wil alleen een paar dingetjes halen voor het weekend, maar de rijen zijn wel erg lang. Naja, ik heb mijn boodschappen nu toch al in mijn armen, dan kan ik net zo goed maar aansluiten in de rij.
Voor mij staan een meneer en een mevrouw met een kar vol spullen. Bier, ander drinken, eten. Ze gaan vast barbecuen. Net zoals half Nederland denk ik, aangezien het flink warm is.
De man is fors en heeft een kop met grijs haar. Gekleed in korte broek en shirt. De vrouw heeft lang bruin haar en lijkt wat jonger. Zo te zien is het een stel.
De man krijgt mij in het oog. “O, ga jij ook maar voor hoor.” Blijkbaar heeft hij net ook al iemand voor gelaten.
“Weet u het zeker?” vraag ik.
“Ja hoor, je hebt niet zo veel. En wij hebben geen haast.”
“Hartstikke bedankt!” zeg ik met een extra grote glimlach, om te laten zien dat ik het gebaar echt op prijs stel.
“Ja. Vrouwen laat ik wel voor hoor,” zegt hij met een grote lach. Read more

Zomaar een gesprek op een bankje

Een leuk gesprekje met een vreemdeling

Ik zit op een bankje in de winkelstraat. Tasjes met gedane boodschappen tussen mijn voeten. De zon schijnt heerlijk op mijn blote benen. Eindelijk is het dan zo ver. Zomer. Ik heb mijn telefoon in de hand en ben een bericht aan het sturen naar mijn moeder en zus. Naast het bankje staat een meneer. Hij maakt aanstalten om ook te gaan zitten. Ik schuif een stukje op om ruimte te maken.
“Wel een beetje brutaal hè, om er zo bij te komen zitten,” zegt hij. Hij gaat op het hoekje zitten.
“Nee hoor,” zeg ik. “Geen probleem.” Ik richt me weer op mijn telefoon.
“Heerlijk hè, zo in de zon,” zeg ik dan. Normaal ben ik niet zo kletserig met vreemden, maar ach, waarom niet eens een praatje maken.
“Ja, inderdaad,” zegt de man. “Daarom zijn we vandaag gegaan, mijn vrouw en ik, want morgen wordt het nog warmer.”
Ik knik. “Verstandige keus.”
“We hebben onze kleindochter mee. Ze is vandaag voor het eerst met de trein en de bus geweest. Dus dat was nogal een heisa.”
“Oh ja, dat is dan spannend natuurlijk.” Ik neem aan dat zijn vrouw en kleindochter ergens in een winkel zijn.
“En volgende week komt de tweeling,” zegt de man. “Ze zijn 3 jaar.”
“O, daar heb je de handen dan ook wel vol aan,” zeg ik.
“Ja.”
Het is weer even stil.
Dan knikt hij naar de telefoon die ik nog steeds in mijn hand heb. “Een beetje een brutale vraag misschien, maar wat doen jullie nou de hele dag met die telefoon? Mijn vrouw is 70 en die gebruikt het ook hoor. Maar wat ben je nou aan het doen?”
Read more

Dat vreemde moment dat je opeens iemand van vroeger tegenkomt

Het is koopavond en ik ben in m’n eentje aan het werk. Er komt een klant binnen voor een klein probleempje met zijn bril. Terwijl ik hem help, komen er nog twee mensen binnen. Ik kijk vluchtig hun kant op om ze te groeten. Ik draai mijn hoofd weer terug en opeens dringt het tot me door dat ik een van de twee nieuwe klanten ken. Ik kijk weer hun kant op. Ze kijkt ook naar mij.

“Hey…!” zeg ik verbaasd.
“Hoi!” zegt ze.

Het is een voormalig studiegenootje. Die ene die altijd iets te veel haar best deed om leuk en gezellig te zijn, waardoor ze eigenlijk een beetje apart was. Het was oké als ze er was, maar het was ook wel fijn als ze er eens een keer niet was. Aardig, maar gewoon een beetje… apart dus. Ik heb haar jaren niet meer gezien, en opeens staat ze hier.
Ik ga verder met mijn klant en een minuut later loopt hij de winkel uit.
Nu sta ik tot Haar beschikking.

Ze komt naar me toe lopen.
“Hoe is het?” zegt ze met een grote glimlach.
“Goed, en met jou?” Ik voel me onhandig en sta er een beetje onbeholpen bij. Ik hou er niet van als mijn ‘oude’ en mijn ‘nieuwe’ leven door elkaar gaan lopen. Dat was toen, en dit is nu. Zij hoort niet in het nu. Read more

De maffe collega

Lente/zomer 2011

Het is woensdag. Het is lente, maar het is nog fris vanochtend. Ik loop naar de deur en ben blij dat ik het makkelijk heb kunnen vinden. Omdat ik geen sleutel heb, klop ik op het raam. Een jongen komt tevoorschijn en loopt naar de deur. Hij draait de sleutel om en laat me binnen.
“Jij bent vroeg,” zegt hij.
“Ja, ik was bang dat ik het niet kon vinden,” zeg ik terug. Je bent zelf ook vroeg, denk ik er achteraan.
Hij steekt zijn hand uit. Ik schud hem en we stellen ons voor.
Het is het begin van een nieuwe werkdag met een collega die ik nog niet ken. Hij ziet er apart uit. Hij heeft kort zwart haar, met rode plukken erin, hij heeft een duimring om en zijn zwarte pak glimt een beetje. Maf tiepje.

Read more

Wanhoop

Een tijdje terug had ik ’s avonds na het werk een vergadering. Toen ik terug liep naar de auto, rond half tien, was het al donker. Een collega van me liep naar rechts en ik ging naar links, naar de parkeerplaats waar mijn auto stond. Er stonden niet veel auto’s meer en het schijnsel van de lantaarnpalen was zwak. Ik was bijna bij mijn auto en zocht ik mijn tas naar mijn autosleutel, toen er opeens iemand op me af kwam.
Read more

Wortels

Vanochtend liep ik in de supermarkt toen het onderstaande tafereeltje zich voltrok.

Ik pak net een courgette, als een mevrouw naast me een bos wortelen pakt. Ze heeft haar dochtertje bij zich.
“Waarom nemen we sinterklaaswortels mee?” vraagt het dochtertje geïnteresseerd.
“Sinterklaaswortels?” vraagt de moeder.
“Ja! Dat zijn sinterklaaswortels.”
“Die gaan we eten,” zegt de moeder.
“Maar die zijn toch voor het paard?” zegt het meisje.
“Deze wortels kunnen wíj ook eten.”
“Maar het zijn sinterklaaswortels!” zegt het meisje weer.  Ze is erg stellig en lijkt niet te kunnen begrijpen dat haar moeder haar niet begrijpt.
“Deze wortels zijn niet alleen voor het paard,” zegt de moeder geduldig. “Wij eten ze ook gewoon.”
Ondertussen lopen ze al weg bij het schap met groentes.
Het meisje geeft niet op. “Maar het zijn sinterklaaswortels voor het paard!”