Ik had bijna weer een opa

Mijn collega had laatst mijn hulp even nodig bij het bestellen van een bril. Dat was natuurlijk prima. Ze hielp drie mensen die speciaal samen uit Duitsland naar ons waren gekomen om brillen te kopen. Het was een ouder Nederlands stel samen met hun Duitse buurvrouw.

Mijn collega had hulp nodig bij de bril van de Nederlandse meneer. Terwijl zij nog wat dingen in de computer typte, was ik even aan het wachten tot het moment dat mijn hulp nodig was. Ondertussen kletste ik een beetje met de meneer. Hij zette zijn nieuw gekozen bril nog even weer op.

“Mooie bril hoor!” zeg ik. “Staat u goed.”
De man begint te stralen. “Dank je wel! Wil je met me trouwen?”
Ik begin te lachen om dit compleet onverwachte aanzoek. “Nou, normaal  gesproken zou ik gelijk ja zeggen. Maar ik ben al bezet.”
“Och,” zegt hij, “dat maakt toch niet uit?”
“Nou… ik denk niet dat hij het leuk vindt.”
Ik denk even na.
“Ach,” zeg ik dan, “wat niet weet wat niet deert.”
We lachen allebei.
“We kunnen je anders ook wel adopteren!” zegt de man dan. “We hebben geen kinderen namelijk. Of ik adopteer je als kleinkind.”
“Oh, dat is misschien wel een nog beter plan!” zeg ik. “Ik heb namelijk geen opa’s meer.”
“Dan mag je bij ons wonen.” Hij steekt zijn hand in zijn binnenzak en pakt zijn portemonnee. “Kijk,” zegt hij, “dit is ons huis.” Hij geeft me een foto. Er staat een kast van een huis op, in Duitse stijl.
“Wauw, wat een prachtig huis,” zeg ik.
“En dan krijg je je eigen kamer.”
“Dat klinkt als een goeie deal.”
“Ja hè.”
We lachen allebei.

Al die tijd zei zijn vrouw niks. Ze lachte wel wat mee om de grapjes van haar man. Maar nu zei ze toch wat: “Ja, een leuk plan. Maar we doen het niet echt hoor.”

2 thoughts on “Ik had bijna weer een opa

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *