Dat vreemde moment dat je opeens iemand van vroeger tegenkomt

Het is koopavond en ik ben in m’n eentje aan het werk. Er komt een klant binnen voor een klein probleempje met zijn bril. Terwijl ik hem help, komen er nog twee mensen binnen. Ik kijk vluchtig hun kant op om ze te groeten. Ik draai mijn hoofd weer terug en opeens dringt het tot me door dat ik een van de twee nieuwe klanten ken. Ik kijk weer hun kant op. Ze kijkt ook naar mij.

“Hey…!” zeg ik verbaasd.
“Hoi!” zegt ze.

Het is een voormalig studiegenootje. Die ene die altijd iets te veel haar best deed om leuk en gezellig te zijn, waardoor ze eigenlijk een beetje apart was. Het was oké als ze er was, maar het was ook wel fijn als ze er eens een keer niet was. Aardig, maar gewoon een beetje… apart dus. Ik heb haar jaren niet meer gezien, en opeens staat ze hier.
Ik ga verder met mijn klant en een minuut later loopt hij de winkel uit.
Nu sta ik tot Haar beschikking.

Ze komt naar me toe lopen.
“Hoe is het?” zegt ze met een grote glimlach.
“Goed, en met jou?” Ik voel me onhandig en sta er een beetje onbeholpen bij. Ik hou er niet van als mijn ‘oude’ en mijn ‘nieuwe’ leven door elkaar gaan lopen. Dat was toen, en dit is nu. Zij hoort niet in het nu.
“Ja, goed.”
“Hoe kom je hier nou terecht?” vraag ik.
“Mijn vriend woont hier,” zegt ze, en ze wijst naar de jongen die nog aan de andere kant van de winkel staat.
“Oh, wat toevallig.”
“Dus je werkt nu hier,” zegt ze.
“Ja,” zeg ik en ik haal mijn schouders op. “Je moet toch wat.” Dat laatste floept er gewoon uit. Ik vind het niet leuk van mezelf dat ik gelijk in de verdediging schiet. Maar op de een of andere manier heb ik toch het gevoel dat ik het moet doen. Ik voel me alsof ik tekort schiet.
“En wat doe jij tegenwoordig?” vraag ik.
Ze vertelt wat ze doet en ik ben jaloers dat zij iets doet wat wél met onze studie te maken heeft. Ik hoor het aan en voel me nogal… onsuccesvol.
Dan roept ze haar vriend erbij. “We hebben dezelfde studie gedaan,” zegt ze tegen hem.
“Oh, wat leuk.” Hij komt naar me toe en geeft me een hand. Hij ziet er sympathiek uit.
Ze pakt opeens haar bril van haar neus. “Wil je hem anders even schoonmaken?”
Ik schroef met moeite een glimlach op mijn gezicht. “Ja hoor.” Ik pak de bril aan. Oké, nu voel ik me pas echt een loser.
Ondertussen vertelt ze me dat ze haar vriend via internet kent.
Ik ben blij dat ik kan zeggen dat ik ook een vriend heb, want anders zou ik me helemaal sneu voelen. Want: een baan onder m’n niveau en dan ook nog eens geen vriendje hebben? Dan zou ze me vast vol medelijden hebben aangekeken en hebben gezegd dat ‘dat toch helemaal niet erg is?’ en ‘dat ik vast vanzelf wel iemand tegen kom’.
We hebben het nog even over de oppervlakkige dingen waar je het over hebt als je iemand heel lang niet gezien hebt.
Er zijn ondertussen al andere klanten binnen gekomen, dus ik moet verder. We nemen afscheid en ze verlaten de winkel.
Ik ben opgelucht en ga naar de volgende klant.

Even later is de winkel leeg. Ik vraag me af waarom ik me zo stom voel. Het is toch niet erg dat ik doe wat ik doe? Of nou ja… eigenlijk is het wel een beetje erg, want ik doe iets wat eigenlijk nooit de bedoeling is geweest. En zij wel. Dus zij is eigenlijk wél succesvol in haar leven. Ik voel mezelf gewoon een beetje mislukt. En ik heb het idee dat zij dat ook zo zag.

Tegelijkertijd weet ik dat ik dit niet moet denken. Zij lijkt misschien succesvol, maar wie weet heeft zij wel allerlei zorgen en problemen die ik niet heb. Bovendien heb ik best een prima baan die me ook goede dingen gebracht heeft, en dit is heus niet mijn eindpunt. Wat ik nu doe is heus niet slecht, en er komt vast nog wel iets beters voorbij voor mij. Ik heb mijn leven verder aardig op orde, en natuurlijk willen we allemaal wel eens dat de dingen anders zijn dan dat ze zijn, maar soms kan dat gewoon even niet.

Toch blijft het me bezig houden. Andere mensen lijken op de een of andere manier altijd succesvoller, knapper, slanker en beter, en dat gevoel is nog sterker als het om oud klasgenoten gaat. Vooral als ze ook nog eens arts of advocaat zijn. Maar ik hoef mezelf toch niet steeds te vergelijken met anderen? Ik zou haar beroep helemaal niet willen hebben, dus waar maak ik me nou eigenlijk druk om?

7 thoughts on “Dat vreemde moment dat je opeens iemand van vroeger tegenkomt

  • 20 augustus 2014 at 19:09
    Permalink

    Mooi beschreven Helm!

    Reply
  • 20 augustus 2014 at 21:50
    Permalink

    Wat schrijf je altijd leuk.
    Om trots op te zijn!!!

    Reply
  • 21 augustus 2014 at 10:38
    Permalink

    Hi Helma via Bettie kom ik op je site, ik was nieuwsgierig.
    Je schrijft leuk en prettig te lezen.
    Groetjes Heleen

    Reply
  • 25 januari 2015 at 07:49
    Permalink

    Prima eindconclusie. Jij volgt je eigen pad en zij het hare. Oordelen in de zin van slechter of beter zijn uit de lucht gegrepen. Want wie heeft zoveel kennis dat ie zo maar even twee levens met elkaar kan vergelijken en er een waardeoordeel aan kan vastplakken? Beetje belachelijk. Werk is trouwens niet het enige belangrijke in de wereld. Dit soort stukjes schrijven is bijvoorbeeld ook belangrijk, naast heel veel andere zaken die op een of andere manier in JOUW leven passen. Daar gaat het toch om?
    Helma, ik heb nu een paar stukken van je gelezen. Mag ik je linken?

    Reply
    • 25 januari 2015 at 19:33
      Permalink

      Toch blijft het soms moeilijk om je eigen leven niet te vergelijken met dat van een ander. Maar het is inderdaad belachelijk en volkomen zinloos.
      Uiteraard mag je me linken. Ik voel me vereerd. 😉

      Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *