Alarm

Het is kwart voor twaalf op een normale zaterdagavond. Ik heb een flinke lading koekjes gebakken en terwijl die liggen af te koelen, zit ik een beetje op internet te surfen. Opeens hoor ik een oorverdovende pieptoon die door merg en been gaat.
Verschrikt spring ik op. Wat is dát??
Ik hol naar de bron van het geluid. Is het mijn brandmelder? Maar wat staat er dan in de fik? Ik zie helemaal geen rook.
Het blijkt de koolmonoxidemelder te zijn. Het ding piept als een gek. Ik heb geen flauw benul hoe ik het ding uit moet zetten, dus lichtelijk in paniek trek ik er een batterij uit. Het werkt, want het ding stopt met piepen.

Mijn hart klopt in mijn keel. Wat raar dat dat ding afgaat, dat heb ik nog nooit eerder gehad. Zou er echt koolmonoxide zijn? Ik voel me verder niet raar ofzo (niet raarder dan anders in elk geval). Maar mijn ketel is wel heel oud, dus het zou zo maar kunnen. Ik besluit de batterij er weer in te doen om te kijken wat er gebeurt. Het groene lampje knippert, wat betekent dat hij aan staat. Hij piept niet. Oke, dan zal het vast goed zijn, want als er koolmonoxide was, ging het ding vast gelijk wel weer piepen. Misschien was het gewoon vals alarm. Maar voor de zekerheid zet ik toch maar een extra raam open.

Ik ga weer terug naar mijn computer en eet ondertussen een versgebakken koekje. Lekker. Ik besluit even te googelen op koolmonoxide als opeens weer het helse gepiep door het huis schalt. En wéér schrik ik me een ongeluk. Ik ren naar de plek des onheils en trek er weer een batterij uit.
Shit, wat nu? Is er nu echt koolmonoxide? Dat ding piept niet voor niks toch? Ik weet niet zo goed wat ik moet doen. Moet ik nu naar buiten gaan? Of zou het gewoon aan de melder liggen? Moet ik er op gokken dat er niks aan de hand is? Dat is vast niet erg verstandig. Maar wat moet ik dan doen? Dit is iets voor de brandweer, maar hoe bereik ik die? 112 lijkt me nogal overdreven – ik lig tenslotte nog niet halfdood in m’n huis – dus ik besluit om 0900-8844 te bellen. Ik kan niks anders bedenken. Ik zou m’n ouders wel willen bellen om om raad te vragen, maar die slapen vast al, en ik wil niet dat ze zich zorgen gaan maken.

M’n vingers trillen een beetje terwijl ik het nummer intoets.
De mevrouw die opneemt, vraagt wat ze voor me kan doen.
“Mijn koolmonoxidemelder is net twee keer afgegaan en ik weet niet zo goed wat ik moet doen.” Ik stotter een beetje, vooral bij het woord ‘koolmonoxidemelder’.
De mevrouw blijft even stil. “Ik ga even contact opnemen met de brandweer,” zegt ze dan, “een moment alstublieft.”
Ik wacht.
Opeens heb ik de meldkamer van de brandweer aan de lijn. De man vraagt waar ik woon, wat er precies gebeurd is en hoe ik me voel. Misselijk, hoofdpijn, dat soort dingen. Ik zeg dat ik daar geen last van heb, maar dat ik ook al de ramen open heb gedaan.
De meneer vraagt of ik weet wat de koolmonoxide vandaan kan komen. Het enige wat ik kan bedenken, is de ketel. Verder niks. Hij zegt dat ze niet kunnen meten of er koolmonoxide in mijn huis is, omdat ik de ramen open heb gedaan. Ik moet mijn verhuurder bellen en die moet een installateur regelen om de ketel te komen bekijken. Ondertussen kan ik de ramen openlaten, want het gaat toch om mijn gezondheid. Hij zegt er met klem bij dat ik hen op de hoogte moet houden.

Vervolgens bel ik de verhuurder. Ondertussen ben ik erg zenuwachtig geworden en ik ga nogal letten op hoe ik me voel. Ben ik niet toch een beetje misselijk? Of zijn dat de zenuwen? En ik heb toch ook wel een beetje hoofdpijn inmiddels. Maar dat kan ook de stress zijn. Ik ga toch maar extra dicht bij het open raam staan.

Ik bel mijn huurbaas meerdere keren, maar ze neemt, zoals ik al had verwacht, niet op. Het is tenslotte midden in de nacht. Dan besluit ik de mensen van het installatiebedrijf te proberen. Uiteraard nemen ze ook daar niet op, ook niet bij het spoednummer voor in het weekend en ’s avonds. Shit zeg. Wat nu? Ik besluit vriendlief te bellen. Misschien moet ik vannacht maar bij hem slapen. Hij zegt dat ik misschien gewoon de stekker van de ketel eruit kan halen en dat het dan wel veilig is, maar dat ik de brandweer ook even weer moet bellen voor de zekerheid. Dat laatste was ik sowieso al van plan, dus dat doe ik eerst maar weer.

Ik krijg dezelfde meneer aan de lijn. Hij zegt dat het niet veilig is om te blijven, zonder te weten wat de bron is. De ketel is het meest waarschijnlijk, maar het kan ook iets anders zijn. Hij zegt dat ik de ramen dicht moet doen en naar buiten moet gaan. Er zal iemand langskomen om toch te gaan meten.
Ik trek gauw mijn jas en schoenen aan, doe de ramen dicht en ga naar buiten.
Dus.
Daar sta ik dan, midden in de nacht.
Wat een toestand.
Maar ik voel me wel opgelucht dat er in elk geval iemand langskomt. Anders zou ik echt niet rustig kunnen gaan slapen. In je slaap doodgaan is misschien wel een mooie, zachte dood, maar niet als je 27 bent.

Terwijl ik moet wachten, speel ik een beetje met m’n telefoon. Ik check twitter even en aangezien ik een account volg met info van de lokale hulpverleningsdiensten, zie tot mijn verbazing mijn eigen melding voorbij komen. Da’s een rare gewaarwording.
Na ongeveer een kwartier, zie ik een brandweerautootje aankomen. Een meneer in een geel brandweerpak stapt uit, neemt apparatuur mee en komt naar me toe. We stellen ons voor en ik leg nog eens uit wat er aan de hand is. Hij kalibreert zijn apparaatje en dan gaan we naar binnen. Hij controleert alles. De ketel, de huiskamer, de slaapkamer. Van vloer tot plafond. Gespannen kijk ik toe.

“Ik meet niks,”  zegt hij.
“Gelukkig!” zeg ik opgelucht.
Hij legt uit dat hij geen koolmonoxide meet en verder ook geen andere vreemde dingen ziet op zijn apparaatje. Hij wil wel voor de zekerheid nog even in het trappengat kijken, dat ik deel met de bovenbuurvrouw. Het kan ook bij haar vandaan komen en hij wil geen risico nemen. Ze is niet thuis, maar buiten bij haar deur meet hij ook niks. “Als er daar wat aan de hand was, had ik het hier echt moeten zien, omdat het alarm bij jou beneden afging.”
“Zou de melder dan gewoon niet goed zijn?” vraag ik.
“Dat moet haast wel, want ik heb echt niks kunnen ontdekken,” zegt hij.

Kortom: niks aan de hand.
Ik ben blij. “Ik wist gewoon niet zo goed wat ik moest doen,” leg ik de brandweerman uit. “Ik twijfelde of ik moest bellen of niet, maar ik heb natuurlijk niet voor niets zo’n melder.”
“Het is goed dat je gebeld hebt,” zegt hij. “Met dit soort dingen moet je geen risico nemen.”
We besluiten dat ik een nieuwe melder moet kopen en eventueel voor mijn eigen gemoedsrust toch de installateur moet laten komen.
Ik bedank hem voor de moeite en hij vertrekt weer.

Ik kan rustig slapen vannacht.
Maar ik laat voor de zekerheid toch maar het raam open…

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *