Een prachtig mooie dag

Zondag. Een dag om uit te slapen. Maar niet vandaag. Vandaag sta ik vroeg op. Nou ja, vroeg. Half negen. Maar toch, voor een zondag is dat vrij vroeg als je geen kerkganger bent. Ik volg dezelfde routine als op een gewone werkdag. Behalve dat ik geen lunch hoef klaar te maken om mee te nemen naar het werk. Het is immers zondag.

Rond half tien is mijn ochtendroutine voltooid en even later stap ik naar buiten. Het is al behoorlijk warm terwijl ik, eerst door de winkelstraat en daarna over de brug, richting het station loop. Deze zondag ga ik namelijk met de trein. En nee, niet omdat mijn auto stuk is. Vandaag is De Dag. Ik ga namelijk mijn motor halen. Eindelijk. Hij staat al sinds november bij mijn ouders in de garage te overwinteren. En aangezien het inmiddels geen winter meer is, is vandaag De Dag. Ik ga mijn eerste ritje van het seizoen maken. En gelukkig is het vandaag erg mooi weer, want ja, ik ben toch wel een beetje een mooiweerrijder, dus ik plan De Dag meestal in op een zonnige zondag. Dus vandaag is het perfecte moment.

Het is best druk in de trein. Wat jongelui, maar vooral zestigplussers. Ik staar naar het landschap, speel een spelletje op mijn telefoon en vang halve gesprekken op van mijn medereizigers. Een uurtje later stap ik uit in mijn geboortestad. Het is maar een korte wandeling naar het huis van mijn ouders. Het voelt altijd wel een beetje gek om hier weer te lopen. Ik ben hier geboren en getogen, maar ik ben er inmiddels al een jaar of negen weg. Dus het voelt als thuiskomen, maar toch ook weer niet. Want veel dingen zijn nog hetzelfde, maar veel dingen ook niet.

Ik arriveer bij het huis. De merel op de schoorsteen verwelkomt me met zijn gezang. Ik bewonder de tuin, loop de oprit op, en tref aan het eind ervan paps aan, met mijn motor midden in een plas water. Paps is hem aan het poetsen. Ik glimlach. Wauw. Wat fanatiek, zo op zondagochtend. We begroeten elkaar en ik zet mijn spullen binnen. Daarna neem ik een poetslap ter hand en help ik mee. Het is tenslotte mijn motor. Samen poetsen we. Paps vertelt ondertussen dat hij de olie ververst heeft en de remmen heeft nagekeken. Hoe geweldig is dát?
Enige tijd later zijn we klaar. Hij glimt prachtig. Paps en ik bekijken hem bewonderend. We zijn zeer tevreden met het resultaat. Nu eerst even wat drinken en een broodje eten.

Daarna is het zo ver. We gaan. M’n eerste ritje van het seizoen, samen met paps. Hij is al iets sneller weg dan ik, want ik sta mijn spiegels nog af te stellen, maar dan vertrek ook ik. Paps is ondertussen al bij de rotonde.
Het is weer heerlijk om te rijden na zo’n lange tijd. Hoewel ik er wel weer even in moet komen. Na een half jaar niet rijden is het altijd weer even wennen. Paps weet dat en doet rustig aan. Hij rijdt natuurlijk voorop want hij weet alle leuke weggetjes. Ondertussen probeer ik het gevoel weer terug te vinden. De bochten zijn altijd even weer vreemd in het begin. Ik hoor mijn oude rij-instructeur weer in mijn hoofd: “kijken waar je naar toe wilt!” en “gooi die heupen in de strijd in de bochten!”

Naarmate we wat langer rijden, gaat het steeds beter. Ik geniet van de zon en de omgeving en vraag me af waarom ik hier niet meer woon, want het is hier mooi. Paps leidt me langs weggetjes die ik kende, maar weer was vergeten. En langs weggetjes die ik nooit had gezien, terwijl ik er jarenlang dichtbij heb gewoond. En langs wegen die ik ken als mijn broekzak.

Het is fijn om samen te rijden. Zo vaak doen we dat niet, want we moeten allebei kunnen en dan moet het ook nog een beetje mooi weer zijn natuurlijk. Dus vader-dochter quality time is schaars. Maar de kwaliteit ervan is des te beter.
Halverwege stoppen we om wat te drinken. Hij koffie, ik thee. Een kwartiertje later gaan we weer verder. Meer mooie weggetjes. We zwaaien naar andere motorrijders. De zon schijnt volop en ik geniet van de geur van de zomer.

We rijden naar onze volgende bestemming; het ziekenhuis, om op ziekenbezoek te gaan. Mams is er ook. We spreken af dat, als we na het ziekenbezoek weer thuis zijn, we met z’n drieën op een terrasje wat gaan eten. Leuk. Ook nog wat vader-moeder-dochter quality time vandaag. Dan rijden paps en ik weer naar huis. Daar aangekomen, gaan we buiten zitten. We drinken wat en wachten op mams.
“Dat was een gezellig ritje,” zegt paps.
Ik glimlach. Dat zegt hij altijd als we samen gereden hebben.
“Ja,” zeg ik. “Inderdaad.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *