Nachtelijke avonturen

Wonen in de binnenstad is erg leuk en handig. Maar het kan ook zo z’n nadelen hebben. De steeg waar ik woon is namelijk een favoriete route voor stappende jeugd. Dat is niet per se erg, maar het kan nogal wat lawaai geven in het weekend. Zo lang ze maar voorbij lopen, is het niet zo erg. Bovendien ben ik er al zo aan gewend dat ik er meestal niet eens meer wakker van word. Het probleem begint wanneer ze niet voorbij lopen, maar een beetje blijven hangen in de steeg.

Zo zijn er van die mensen die dan graag in de buurt van mijn mini-appartementencomplexje rondhangen en daar dan gaan staan praten omdat ze daar beschut staan. Daar wordt je dan ’s nachts echt wel wakker van; als ze praktisch onder je raam staan te praten en te lachen en te drinken. Nog leuker wordt het als ze ook nog op de bellen gaan drukken. Geloof me, als je lekker ligt te maffen en er wordt om drie uur ’s nachts bij je aangebeld, dan zit je rechtop in bed hoor.

Als ik in de stemming ben, ga ik naar beneden en probeer ik de jongelui weg te krijgen. De juiste stemming is dan: chagrijnig, moe en geïrriteerd. Ik probeer dan wel een soort van vriendelijk te blijven, maar toch ook resoluut over te komen. Ik kan wel boos worden, maar dat haalt denk ik niet veel uit. Misschien vinden ze dat alleen maar leuk. Maar goed, meestal lukte het wel om ze weg te krijgen. Maar de laatste tijd maak ik me er minder druk om. Wat ik al schreef: het went.

Vriendlief is er nog niet zo aan gewend. Maar het gaat hem wel wat makkelijker af om de jongelui weg te krijgen. Ik blijf veilig in de deuropening staan met de bezemsteel bij de hand voor het geval de jeugd me iets te baldadig wordt. Maar vriendlief stiefelt gewoon de deur uit en vraagt op een zeer geïrriteerde toon of ze ergens anders heen kunnen gaan. Het antwoord was: ‘ja meneer, sorry meneer, we gaan al meneer,’ en weg waren ze. Oké, het is duidelijk. Ik straal geen gezag uit.

Er was wel één nacht dat ik twee tieners héél snel en makkelijk weg heb kunnen jagen. Ik was alleen thuis en had mijn raam open. Beneden stonden een jongen en een meisje. Ik hoorde wat geklets en vond het niet zo erg. Totdat de geluiden van een wat ander niveau werden. Ze vermaakten zich nét iets té goed. En omdat ik niet zo’n zin had om daar naar te gaan liggen luisteren, besloot ik toch maar naar beneden te gaan. Ik schoot in m’n kleren en liep de trap af. Door het raam in het trappengat zag ik het meisje op een van de vuilnisbakken zitten, haar rok omhoog geschoven. De jongen had zijn broek al op zijn enkels hangen. Toen ik de deur open deed, keken ze met grote schrik mijn kant op. Het meisje nam een snoekduik van de vuilnisbak en rende gillend weg. De jongen rende lachend achter haar aan terwijl hij zijn broek omhoog probeerde te hijsen.

De binnenstad. Je maakt er wat mee.
Wat beleven jullie ’s nachts zoal?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *