Kinderen

Wat moet je er nou mee, met die kinderen. Ik weet het soms echt niet hoor. Ik heb er gewoon niks mee. Aangezien ik in een winkel werk, zie ik kinderen meestal van hun slechtste kant. Ze zijn brutaal, zitten overal aan, maken dingen stuk, schreeuwen, huilen, rennen ongecontroleerd rond en, het allerergste, ze luisteren niet.

Gister nog, stond een vrouw in de winkel met haar twee kinderen. Het meisje was wel rustig, maar het joch dat erbij was, hij was denk ik een jaar of vier, was alleen maar irritant aan het doen. De moeder had het kind totaal niet onder controle waardoor ze uiteindelijk in een stampvolle winkel op vol volume tegen het joch stond te schreeuwen. Het rotjoch luisterde natuurlijk alsnog niet. Hij lachte zelfs.

Dat haalt echt het bloed onder mijn nagels vandaan. Hoe kunnen mensen kun kind nou niet onder controle hebben? Ik heb zelf (godzijdank) geen kinderen, dus waarschijnlijk heb ik geen recht van spreken omdat ik niet weet hoe het is. Maar een kind van vier kan je toch wel onder de duim houden zou je zeggen. Maar dat is blijkbaar niet zo. Die kinderen rennen maar wat rond en worden steeds gewaarschuwd, zonder dat dat werkelijk consequenties voor ze heeft. Vooral die moeders die dan aan hun kind vrágen of ze ergens mee op willen houden. Dat zijn de ergste. “Wil je daar even van afblijven?” zeggen ze dan op vriendelijke toon tegen hun kind. Dat kind doet dat dan natuurlijk heus niet. Waarop de moeder elke keer weer vraagt of ze op willen houden, wat dus niet gebeurt. Uiteindelijk zeggen die moeders dan: “dat moet je niet doen, want anders wordt die mevrouw boos.” Daarbij wijzen ze dan naar mij. Eum… Word ík dan boos? Die moeders durven gewoon zélf niet boos te worden, uit angst dat hun kinderen hen niet meer aardig vinden. Daarom schuiven ze mij de schuld maar in de schoenen. Lekker is dat.

En áls ik dan eens een keer ergens iets van zeg, is het weer niet goed. Een meisje zat bij de kassa een keer op de knopjes van de pinautomaat te drukken. “Hou daar even mee op,” zei ik toen. De moeder keek me verwonderd aan. “Dat kan toch geen kwaad,” zei ze tegen me, op een toon alsof haar kind is geboren met het voorrecht dat ze altijd overal aan mag zitten. “Nou, straks verandert ze de instellingen,” zei ik. “Ach, dat valt vast wel mee,” zei ze.
Wat?!  Dat kind zit met haar vingers aan iets waar ze gewoon af moet blijven! Maar blijkbaar schijnen kinderen tegenwoordig gewoon overal aan te mogen zitten.

Ook oudere kinderen kunnen heel irritant zijn. Pubers bijvoorbeeld. Sommige pubers zijn wel oké hoor. Maar de meeste pubers die een bril moeten uitzoeken zijn chagrijnig. Heel chagrijnig. Vooral van die 16-jarige jongens die dan met hun overijverige moeder komen. De moeder wil ontzettend haar best doen om het de puberale jongen naar zijn zin te maken. Waar die pubers natuurlijk alleen maar chagrijniger van worden. Ze willen gewoon niks. Ze willen geen enkele bril passen, en als ze al iets op hun neus zetten, kijken ze er extreem chagrijnig bij. En als je dan vraagt wat ze ervan vinden, brommen ze iets nietszeggends en leggen ze de bril weer weg. Dus dan moet je maar gokken wat je ermee moet. Uiteindelijk zeggen ze na het passen van een bepaalde bril opeens totaal onverwachts, binnensmonds mompelend: “die is wel goed.” Inwendig juich ik dan en ren ik naar de computer om de bril snel te bestellen zodat ze zo snel mogelijk de winkel weer uit zijn.

Een tijdje geleden alweer, was er een moeder met haar dochter in de winkel. Het meisje was een jaar of twaalf, maar volgens mij al volop aan het puberen. Ze zag er onwaarschijnlijk chagrijnig uit (echt, zo’n chagrijnige puber heb je nog nooit gezien). Ze was een beetje gezet en had een joggingbroek aan met een vaal zwart T-shirt erboven. Haar donkere haar was een warrige bos, met een pony die bijna over haar ogen hing. Ze had een nieuwe bril nodig, want, zo zei de moeder, de bril die ze nu op had, vond het pubermeisje niet meer leuk. Met enige goede moed begeleidde ik het stel naar de brillen. De volgende situatie voltrok zich:

Ik pak een bril uit het rek en geef hem aan het meisje. Ze kijkt er nauwelijks naar. “Die vind ik lelijk.”
“Oké,” zeg ik, inwendig zuchtend, en ik pak een andere.
“Die is ook lelijk.”
“Nou, je moet er wel even één passen hoor,” zegt de moeder vriendelijk.
“Nee,” zegt het meisje.
“Waarom niet?” vraagt de moeder.
“Ik vind ze allemaal lelijk.”
Ondertussen ontploft mijn hoofd al bijna, maar ik probeer het niet te laten merken.
“Welke wil jíj dan passen?” vraag ik zo vriendelijk mogelijk.
Ze kijkt van onder haar pony boos naar het rek met de brillen. “Die.”
Ik pak de bril die ze aanwijst en ze zet hem op. “Kijk maar even in de spiegel,” zeg ik.
“Nee.”
“Maar je moet zelf toch ook even zien hoe het staat,” zegt de moeder.
“Nee. De bril is lelijk. En ik ben ook lelijk,” zegt het meisje.
Huh, wat zegt ze nou?
“Pas dan nog even een andere,” zegt de moeder rustig.
Ik ben nog verbaasd van de uitspraak van het meisje.
“Nee,” zegt ze. “Ik ben lelijk en die brillen ook. En als we thuis zijn word je toch boos en ga je weer tegen me schreeuwen.”
Huh? Ik vraag me af of het meisje gewoon maar wat zegt om aandacht te trekken, of dat de moeder, die er netjes uitziet en zich heel beleefd gedraagt, inderdaad thuis tegen haar kinderen schreeuwt. Het zijn tenslotte toch vaak de mensen van wie je het niet verwacht, die ondertussen de vreemdste dingen doen.
“Ik schreeuw niet tegen je, maar je wilde toch graag een andere bril?” zegt de moeder.
“Nee,” zegt het meisje, ik vind ze allemaal lelijk, net als ik.” Ze begint te huilen en klampt zich aan haar moeder vast. Die legt haar armen om haar heen.
“Zullen we dan maar een andere keer terug komen?” zegt ze.
“Jahahaaa…!” huilt het meisje met lange uithalen.
De moeder werpt me een verontschuldigende blik toe.
“Maakt niet uit hoor. Kom een andere keer maar terug,” zeg ik.
Ze verlaten de winkel.
Ik haal opgelucht adem. De rust is wedergekeerd.

Kinderen en winkels. Dat moet wel de slechtste combinatie ooit zijn.

6 thoughts on “Kinderen

  • 19 januari 2014 at 14:04
    Permalink

    Whahaha,tjeetje wat herkenbaar dit leed voor verkoopmedewerkers, ik weet ervan.Kinderen zijn tegenwoordig godheden met ouders als slaaf en door het stof kruipende individuen om die kinderen maar te blijven plezieren,vanaf baby tot wanneer??? Waarschijnlijk zullen die godheden nooit hun ouders, lees slaafjes, verlaten om voor zichzelf te gaan zorgen en leven.

    Reply
    • 19 januari 2014 at 16:17
      Permalink

      Bedankt voor je reactie! 😉 Gelukkig zijn er ook veel leuke klanten. En ook wel eens ouders en kinderen die zich beschaafder gedragen. 😉

      Reply
  • 19 januari 2014 at 15:32
    Permalink

    Ik snap niet, naar het verhaal boven gelezen te hebben, wat jij in een winkel doet. Daar ben je dan toch helemaal niet op je plek. Denk dat jij bij de supermarkt ook niet het volgende balkje achter jou boodschappen legt.

    Reply
    • 19 januari 2014 at 15:52
      Permalink

      Bedankt voor je ‘aardige’ reactie. In een winkel werken is inderdaad niet altijd het leukste beroep. En ja, soms zou ik graag een andere baan hebben. Maar het heeft ook veel leuke aspecten om in een winkel te werken. Maar het is volgens mij niet meer dan menselijk om af en toe je ergernissen te willen uiten. Maar blijkbaar vind jij dat niet te begrijpen. De situaties die ik hierboven beschreven heb, zijn excessen (die dus echt op deze manier gebeuren) en dat soort dingen schrijf ik graag op om het vreemde (en grappige) van de situatie te laten zien. Dat jij dat niet begrijpt, vind ik jammer voor je.
      Maar misschien ben jij zelf een van die ouders die zijn kinderen niet onder controle heeft en voel je je aangesproken? En misschien heb je moeite om je in te leven in het leven en beroep van een ander? Winkelpersoneel moet altijd erg veel pikken van mensen die zich (erg) onbeleefd opstellen. En ook van ouders met onhandelbare kinderen. Ik vind het zelf in elk geval niet leuk als kinderen de winkel waar ik werk, overhoop halen en brutaal zijn en dat een ouder daar niks van zegt, en het maar gewoon laat gebeuren. Maar jij vindt dat misschien wel normaal?
      Jij hebt vast ook ergernissen over andere mensen. Dat lijkt me iets menselijks. En dat ik me erger aan bepaalde mensen en situaties betekent niet dat ik me daar ook naar gedraag.

      Oh. En ik leg altijd een balkje achter mijn boodschappen. Maar goed, Dat is eigenlijk helemaal niet relevant voor dit verhaal.

      Reply
  • Pingback: Let’s get personal | Helma Schrijft

  • Pingback: Baby’s | Helma Schrijft

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *