Ik en mijn auto

Ik heb een haat-liefdeverhouding met mijn auto.

Ik hou van mijn auto omdat hij me onafhankelijkheid geeft. Door mijn auto kan ik gaan en staan waar ik wil, wanneer ik wil. Ik ga dus haast nooit met het openbaar vervoer. Heerlijk, want in de auto kan ik hard meezingen met de muziek, boeren laten, en aan mijn billen krabben zonder dat iemand me raar aankijkt.

Aan de andere kant haat ik mijn auto. Mijn auto kost namelijk geld. Met pijn in mijn hart (en in mijn portemonnee) geef ik hem twee tot drie keer per maand eten in de vorm van benzine. Ook gaat er vrij vaak weer flink wat olie in. En dan ook nog de wegenbelasting en de verzekering. En hou alsjeblieft op over die afschuwelijke apk-keuring. Elk jaar wacht ik vol spanning op het slechtnieuwsgesprek dat de monteur met mij moet voeren als blijkt dat mijn geliefde en gehate karretje van alles mankeert. Maar gelukkig kan mijn geliefde papa vrijwel altijd zorgen dat deze mankementen voor een relatief klein bedrag weer gerepareerd worden.

Maar goed, zo’n apk kan je incalculeren. Wat nog minder leuk is, is als er onverwachte dingen gebeuren. Zoals dat moment waarop een collega tegen je zegt: “ik reed laatst achter je en zag wat onder je auto hangen. Wat is dat?” En dat je dus gaat kijken wat er nou eigenlijk onder je auto hangt en dat dan blijkt dat je uitlaat doormidden is. Of dat moment waarop je temperatuurmeter opeens helemaal uitschiet en er zo veel rook onder de motorkap vandaan komt dat je denkt dat je auto in de fik vliegt. Of dat moment waarop je auto er in het donker bij een temperatuur van -7 echt he-le-maal mee ophoudt en de ANWB twee uur op zich laat wachten (ja mama, ik wéét wel dat ik een dekentje mee had moeten nemen omdat het winter was). Of dat moment dat je op de autoweg rijdt en de motorkap omhoog tegen je vooruit knalt.

Nee. Qua auto’s heb ik de afgelopen drie jaar niet altijd evenveel geluk gehad.

De haat-liefdeverhouding uit zich eigenlijk op een vreemde manier. Liefkozend haak ik vrolijkgekleurde hoesjes voor om de hoofdsteunen, maar tegelijkertijd was ik hem maar één keer in het jaar waardoor de helderrode kleur nu vaalrood is geworden. En het portier roest zo ongeveer weg waar je bij staat. Ik scheld m’n auto uit, maar aan de andere kant wil ik hem echt niet kwijt. Hoewel ik meer dan eens overwogen heb om autoloos door het leven te gaan. Het zou me vast aardig wat geld schelen. Maar het idee dat ik dan alles met trein en bus moet doen, schrikt me nogal af. Want wat nou als ik bijvoorbeeld op een mooie zondagmiddag ergens in een bos wil gaan wandelen en er bij dat bos geen bus stopt?

Nee. Zonder auto wil ik niet. In de haat-liefdeverhouding heeft de liefde toch de overhand.

One thought on “Ik en mijn auto

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *